Verrijk je wereld...
Wij brengen de natuur dichtbij en maken Utrecht groener, gezonder en duurzamer voor alle Utrechters.

Een kijkje bij de kaaslessen

In de winter geeft Utrecht Natuurlijk lessen kaas maken aan leerlingen van alle basisscholen in Utrecht. Leerlingen van groep 5 t/m 8 komen op bezoek op de Steedes van Utrecht Natuurlijk. Ze leren hoe kaas gemaakt wordt door het zelf te doen. Wrongel, wei, stremsel, wat is dat? Na deze les weten de kinderen het. Ze maken het magische ­proces mee dat melk tot kaas omtovert. En ze leren nuttige feitjes over de koe en de geit, die de melk voor onze kaas leveren. Op de kaas­proeverij proeven ze verschillende soorten kaas.

In een echte kaasfabriek of op de kaasboerderij werkt de boer hygiënisch zodat de kaas gegeten kan worden door mensen. Maar tijdens de les maken wij kaas zonder dat het lokaal ontsmet is en we werken gewoon met onze handen. De kaas die wij maken kunnen mensen daarom niet eten. Op Steede Hoge Woerd hebben we Betsy, Cas en Cis, onze wolharige varkens. En die zijn heel blij met onze kaasjes. Na de les voeren we de varkens.

En hoe gaat dat dan?

Op dinsdag 26 november kwam groep 6 van de OBS Kees Valkenstein uit Vleuten voor hun kaasles. Bekijk hieronder de beeldreportage en volg het proces van melk tot kaas. Wil jij met je klas ook een keer een kaasles volgen? Bekijk het volledige educatie-aanbod van Utrecht Natuurlijk hier.

Bedankt aan meester Jamie, de betrokken ouders en natuurlijk de leerlingen zelf voor deze reportage.

Hoe zwaar is een hele kaas? Alle leerlingen wegen een echte kaas.

Zwaarder of lichter dan je denkt? Je armen worden er best moe van. Zo’n hele kaas weegt ongeveer 12 kilo.

Vroeger werd de melk in melkbussen verzameld. In een melkbus zit 40 liter melk. Hoeveel kazen van 12 kilo kun je met één melkbus maken? Misschien 5 kazen? Voor één kaas heb je drie van deze melkbussen nodig.

We maken vandaag vier kleine kaasjes van zes liter melk. Per groepje krijgen de leerlingen een liter melk.

We moeten iets met de melk doen om er kaas van te maken: er moet stremsel en zuur bij. Het stremsel wegen de leerlingen heel precies af: 10 druppels per liter. Tel je mee?

Daarna gaat het zuur erbij. Wij gebruiken daarvoor karnemelk. Het stremsel en de karnemelk gaan met de melk aan het werk om de melk dikker te maken. Om alles goed door elkaar heen te krijgen moet je goed roeren! Daarna laten we het mengsel een half uur rusten.

Terwijl de melk, de karnemelk en het stremsel hun werk aan het doen zijn, gaan wij op bezoek bij de Lakenvelder koeien van Steede Hoge Woerd: Anne, Afke en haar zoon Wietse.

De leerlingen gaan op zoek naar het antwoord op loeigoeie vragen: wat is het verschil tussen een koe en een stier? Wat vind je mooi of lelijk aan de koeien? En waarom hebben koeien eigenlijk zo’n gele flapper in hun oor?

Als we terug zijn in het lokaal, blijkt dat de melk een stuk dikker geworden is. Nu gaan we de dikke melk snijden zodat het vocht en de vaste stof van elkaar gescheiden worden.

De vaste stof wordt kaas. Maar het vocht – de wei – moet er eerst uit. Met een zeef en een grote lepel scheppen we de wei uit de bak.

Zo ziet de wrongel eruit. Dat is de vaste stof die overblijft als je de wei uit de bak geschept hebt.

De wrongel stoppen we in kaasvormpjes. Nu begint het al echt een beetje op kaas te lijken.

De kaasvormpjes zetten we onder de pers. Zo wordt het laatste beetje vocht er nog uitgedrukt.

Dan is het tijd om verschillende soorten kaas te proeven: proef jij het verschil tussen kaas van koeienmelk, schapenmelk en geitenmelk?

Na de kaasproeverij bekijken we onze kaasjes. We zijn er hartstikke trots op: dit ziet eruit als échte kaas!

Ondertussen staan de varkens ongeduldig te wachten. Die zijn dol op verse kaasjes!

Alle leerlingen voeren een stukje van hun kaas aan Betsy, Cas en Cis. De varkens vinden het smullen!