Maaien voor meer natuur

De gemeente Utrecht wil de biodiversiteit in de stad verhogen. Dit kan door op een andere manier te maaien en zo bloemrijke planten meer kans te geven om goed te groeien. Met meer soorten planten geef je een plek aan meer soorten dieren.   

Utrecht maait o.a. grasvelden, bermen en hooilanden. Als je niet maait, zullen struiken en bomen gaan groeien. Dit verandert de hoeveelheid zonlicht dat de bodem bereikt, de temperatuur en de waterhuishouding in het gebied. Grassen en kruiden die hier groeiden zullen verdwijnen en binnen een aantal jaren is dit open gebied veranderd in een bos.

Het aantal keer maaien, bepaalt welke planten kunnen groeien en bloeien. Door maaisel af te voeren haal je voedingsstoffen uit het gebied. Op voedselarme bodems zijn grassen minder overheersend en groeien er meer bloemrijke kruiden.

De manier van maaien bepaalt dus welke soorten planten en dieren er in een gebied voorkomen. In Utrecht is de manier van maaien altijd een afweging tussen de gebruiksfunctie, financiën en het belang voor de natuur.

Veel insecten zijn afhankelijk van bepaalde planten voor voedsel of om eitjes op te leggen. Zo is de grote wederik is een belangrijke plant voor de gewone slobkousbij. Hij haalt hier bijna al zijn voedsel vandaan.

Zonder planten geen dieren, zoals deze dagpauwoog op een distel.
Door minder te maaien krijg je meer bloemen.

Hoe maaien we in Utrecht?

Gazons  en grasvelden

Gazons en grasvelden zijn er in de eerste plaats voor de mensen, om te voetballen, spelen of picknicken.

Gazons worden zeer intensief gebruikt en vind je o.a. in het Wilhelminapark en de ligweiden in het Zocherpark. Het gras mag maximaal 8 cm hoog zijn en dat betekent dat er ca. 25 keer per jaar gemaaid wordt, afhankelijk van het weer.

Sinds 2015  worden veel gazons beheerd als grasvelden: het groen is hier maximaal 15 cm hoog en wordt ca. 15 keer per jaar gemaaid. Hierdoor krijgen gras, madeliefjes, paardenbloemen en speenkruid de kans om te bloeien. De nectar uit deze bloemen is voedsel voor wilde bijen en vlinders.

Bewoners van Utrecht valt het op dat de gemeente de bloemen afmaait. Dat klopt, want het maaien is noodzakelijk om er voor te zorgen dat we op deze grasvelden kunnen blijven spelen, zitten en liggen. De gebruiksfunctie gaat hier voor de natuurfunctie. Voor 2015 maaide de gemeente vaker en kwamen deze bloemen niet tot bloei. Sinds 2015 zijn er dus meer bloemen en is er meer nectar voor insecten.

Het maaisel van gazons en grasvelden blijft liggen en voedingsstoffen kunnen weer naar de bodem.

Door een strook te maaien, blijft het verkeer overzichtelijk en hebben insecten nog steeds voedsel en schuilplekken.
Hooiland in het Griftpark

Bermen

Wegbermen helpen om de verkeerssituatie te overzien en zijn een plek om verkeersborden te plaatsen. Ze kunnen ook belangrijk zijn voor planten en insecten om van het ene groene gebied naar het andere te komen.

Bermen worden een of twee keer per jaar gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Langs de hoofdwegen (voor auto en fiets) wordt in mei een keer extra gemaaid om de verkeerssituatie overzichtelijk en veilig te houden. Dit is meestal een strook van een meter, zodat een deel van de berm met planten intact blijft voor insecten. Nieuwe bermen worden ingezaaid met een kruidenmengsel, zoals bijv. op de Landschapsbaan. Mooie natuurlijke bermen met een hoge biodiversiteit zijn te vinden aan de Joostenlaan, Daalseweg en Tolakkerlaan.

Hooilanden

Hooilanden zijn er voor de natuur: een plek voor verschillende planten en dieren. Insecten, vogels, amfibieën, reptielen en kleine zoogdieren vinden er voedsel en een schuilplek.

Hooilanden worden een of twee keer per jaar gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Zo krijgen struiken en dominante grassen, zoals gestreepte witbol, geen kans. Het gebied blijft open en kruiden die meer licht en ruimte nodig hebben kunnen groeien.

In sommige hooilanden is er maatwerk bij het maaien. Meerdere keren per jaar wordt er met kleine machines gemaaid, en per keer wordt bepaald welk deel gemaaid wordt. Zo ontstaat er een diversiteit aan leefgebieden. Dit  gebeurt in het Griftpark, park Bloeyendael, Zocherpark, Jaagpad, Waterwinpark en Amaliapark.

Andere belangrijke hooilanden voor de natuur zijn te vinden in het Maximapark, Thematervelden, Amelisweerd en Beatrixpark.

Nieuwe hooilanden en bermen

De gemeente zaait nieuwe hooilanden en bermen bij aanleg vaak in met een bloemrijk kruidenmengsel. Zelfs met het juiste beheer zal de natuur een selectie maken op kruiden die goed groeien op deze plek. Planten die er niet zo goed passen zullen verdwijnen.

Oevers en waterkanten

Oevers en waterkanten worden 1 of 2 keer per jaar gemaaid, minimaal 10% blijft staan voor rietvogels en amfibieën. Het maaisel wordt afgevoerd.

Ruigte

Vanaf 2020 slaat de gemeente op sommige plekken een jaartje over met maaien. Hierdoor krijgen tweejarige planten de kans om te bloeien en zaden te maken. Insecten vinden in deze ruigtes een plek om te overwinteren en vogels voedsel in de vorm van zaden en insecten.

Keurmerk Kleurkeur

Sinds 2020 hebben De Vlinderstichting en De Bijenstichting een keurmerk voor insect vriendelijk beheer. De gemeente Utrecht gaat in 2020 op kleine schaal volgens dit kleurkeur werken.

Meer informatie Keurmerk Kleurkeur.

Wil je dat een grasveld meer of minder gemaaid wordt?

Het maaien wordt bepaald door de gemeente Utrecht. Zij besteden het aan en coördineren het. Heb je als bewoner de wens voor ander groenbeheer of maaibeleid van een bepaald stuk groen, neem dan contact op met klantencontactcentrum van de gemeente Utrecht, tel.nr: 14 030 of het reactieformulier.

Aanvragen beoordelen zij eenmaal per jaar, in september, en eventuele veranderingen kunnen in het volgende jaar worden doorgevoerd. Het beheer van groen blijft een afweging tussen de functie van het groen, financiën en het belang voor de natuur.