Maatregelen coronavirus:
Locaties van Utrecht Natuurlijk gesloten voor publiek – alle activiteiten en lessen geannuleerdLees meer

Archief voor media

Na de kaasproeverij bekijken we onze kaasjes. We zijn er hartstikke trots op: dit ziet eruit als échte kaas!

Dan is het tijd om verschillende soorten kaas te proeven: proef jij het verschil tussen kaas van koeienmelk, schapenmelk en geitenmelk?

De kaasvormpjes zetten we onder de pers. Zo wordt het laatste beetje vocht er nog uitgedrukt.

De wrongel stoppen we in kaasvormpjes. Nu begint het al echt een beetje op kaas te lijken.(c)AstridvandenBroekUN

Zo ziet de wrongel eruit. Dat is de vaste stof die overblijft als je de wei uit de bak geschept hebt.

De vaste stof wordt kaas. Maar het vocht – de wei – moet er eerst uit. Met een zeef en een grote lepel scheppen we de wei uit de bak.

Als we terug zijn in het lokaal, blijkt dat de melk een stuk dikker geworden is. Nu gaan we de dikke melk snijden zodat het vocht en de vaste stof van elkaar gescheiden worden.

Terwijl de melk, de karnemelk en het stremsel hun werk aan het doen zijn, gaan wij op bezoek bij de Lakenvelder koeien van Steede Hoge Woerd: Anne, Afke en haar zoon Wietse.

Daarna gaat het zuur erbij. Wij gebruiken daarvoor karnemelk.26_kaaslesSHW_(c)AstridvandenBroekUN

We moeten iets met de melk doen om er kaas van te maken: er moet stremsel en zuur bij. Het stremsel wegen de leerlingen heel precies af: 10 druppels per liter. Tel je mee?